Week van het Nederlands 1 tot en met 8 oktober: “Hulp bij de Nederlandse taal met het Taalmaatjesproject”

Laaggeletterdheid verdient aandacht; in Nederland hebben 2,5 miljoen volwassenen moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Onder Vlaardingers zijn dat er zo’n 9.500. Laaggeletterden schamen zich vaak en durven niet om hulp te vragen, terwijl het lokale aanbod groot is. Als je niet goed kunt lezen en schrijven, heb je daar elke dag last van. Onder meer tijdens het werk, in privésituaties, bij de dokter en het invullen van formulieren. In Vlaardingen maken we ons hard voor laaggeletterden en de kracht van taal. Daarom werken we als gemeente samen met allerlei partijen om laaggeletterdheid aan te pakken. Dat begint met een voetlicht schijnen op het thema en het openen van de dialoog. Van 1 oktober tot en met 8 oktober 2022 vindt de Week van het Nederlands plaats in Vlaardingen. In aanloop naar deze week leest u een aantal interviews met Vlaardingers die zich onvoorwaardelijk inzetten om (anderen) beter te leren lezen en schrijven. Deze keer het verhaal van Gisela Clements.

Gisela Clements

Gisela Clement ging ruim tien jaar geleden met vervroegd pensioen en koos ervoor om ook na haar carrière zich in te zetten voor de medemens. Op vrijwillige basis werkt ze als taalmaatje bij het Taalcentrum VluchtelingenWerk Nederland, waar ze anderstaligen die niet inburgeringsplichtig zijn ondersteunt bij het lezen, schrijven en spreken van de Nederlandse taal: “Toen ik 50 jaar geleden naar Nederland kwam, werd ik goed opgevangen en kreeg ik de mogelijkheid om snel Nederlands te leren. Voor onze deelnemers is dit een ander verhaal.”

“Zij kunnen alle hulp gebruiken bij het leren van de Nederlandse taal. Via het Taalmaatjesproject van het Taalcentrum bij VluchtelingenWerk worden deelnemers gekoppeld aan een taalmaatje. Naast het leren van het Nederlandse taal, of extra hulp bij lezen en schrijven, dragen de lessen ook bij aan het beter functioneren in de maatschappij. Anderstaligen die de taal onvoldoende machtig zijn, kunnen op een laagdrempelige manier oefenen met de Nederlandse taal. De lessen worden thuis bij deelnemers gegeven of op een locatie van VluchtelingenWerk, zodat de setting comfortabel en ontspannen is. Gedurende een jaar krijgen deelnemers elke week twee uur les van een taalmaatje.

De vraag naar taalmaatjes is groot en nieuwe vrijwilligers zijn hard nodig. Tijdens een kennismakingsgesprek vertellen de vrijwilliger en deelnemer iets over zichzelf om een inschatting te maken van de situatie en het taalniveau. Iedereen ontvangt één-op-één begeleiding en de methode wordt per individu bepaald. Zodoende is er sprake van een persoonlijke aanpak en traject, waarbij deelnemers extra ondersteuning krijgen bij het lezen en schrijven van de Nederlandse taal. Ik weet zelf hoe belangrijk het is om de taal goed te spreken in een nieuw land. Daardoor begrijp je ook de cultuur en mensen beter. Maar nog belangrijker is dat je jezelf kunt uitspreken en aangeven wat je behoeftes zijn. Er gaat heel veel langs je heen, wanneer je de taal niet spreekt, leest of schrijft. Meedoen in de maatschappij zorgt voor een snellere inburgering en verbinding met andere mensen.

Ik leer veel mensen uit verschillende culturen kennen tijdens de taallessen. Momenteel geef ik les aan een jonge vrouw uit Somalië, genaamd Maymuuna. Ondanks de moeilijke omstandigheden waarin ze leeft, heeft ze een enorme wil en drive om taallessen te volgen en zich beter verstaanbaar te maken. Elke week zet ze zich in om verder te komen en het huiswerk pakt ze goed op. Ik zie dat het oefenen helpt en dat ze progressie maakt die haar helpt in het eigen maken van de Nederlandse taal in woord en geschrift. Die vooruitgang zien, doet mij goed. Dit zijn de resultaten die je hoopt te zien met de oefeningen en herhalingen van de taallessen. Ook na het traject adviseer ik deelnemers om veel te blijven oefenen en deel te nemen aan andere lessen, zodat ze met zelfvertrouwen de Nederlandse taal omarmen.”

 

Tekst: Andrea Dronk, fotografie: Arend van der Salm.